|
Overgangsregeling BdB-PvE Brandmeldinstallaties |
|
|
|
In de vergadering van 16 november 2006 heeft het Centraal College van Deskundigen van het CCV op advies van de Technische Commissie Brandbeveiliging voor de Regeling Brandmeldinstallaties 2002 de volgende overgangsregeling van kracht verklaard:
-
Brandmeldinstallaties gebaseerd op BdB's waarvan het eerste concept is opgesteld vóór 12 juli 2006 en waarvan het BdB definitief is vastgesteld vóór 1 januari 2007, voorzien van een verklaring van geen bezwaar, kunnen worden gecertificeerd volgens de Regeling Brandmeldinstallaties 2002;
-
het BdB moet de informatie bevatten die overeenkomt met de uitgangspuntengegevens zoals die door de eisende partijen doorgaans worden verstrekt in het PvE, conform NEN 2535:1996 en wijzigingsblad A1:2002.
Waarom deze overgangsregeling?
Het CCV beheert de Regeling Brandmeldinstallaties 2002. Op 12 juli 2006 heeft het CCV na uitgebreide consultatie met leden van de TC Brand en inspectie-instellingen uit de VIVB een Nieuwsbrief Beveiliging en Brandveiligheid nr. 10 gepubliceerd over certificering van brandmeldinstallaties. In deze Nieuwsbrief wordt er op gewezen dat voor certificatie van brandmeldinstallaties een correct opgestelde Programma van Eisen noodzakelijk is.
Na publicatie van de Nieuwsbrief is gebleken dat certificatie-instellingen en inspectie-instellingen in de praktijk een andere invulling hebben gegeven aan de Regeling Brandmeldinstallaties 2002 dan de (juiste) interpretatie zoals die in de Nieuwsbrief Beveiliging en Brandveiligheid nr. 10 is opgenomen. In plaats van een PvE is voor certificering van brandmeldinstallaties gebruik gemaakt van een meeromvattend Basisdocument Brandbeveiliging (BdB).
Het CCvD is in algemene zin van mening dat de Regeling Brandmeldinstallaties juist moet worden uitgevoerd. Omdat het belang van afnemers en gebruikers van brandmeldinstallaties in het gedrang dreigt te komen is een overgangsregeling noodzakelijk. Met deze overgangsregeling kan op relatief eenvoudige wijze de afwijkende uitvoering worden hersteld, en ondervindt geen van de betrokkenen nadeel.
Bron: het CCV 24-11-2006
|